Beroepscollege Parkstad Limburg, locatie Holz Kerkrade

 

Leerlingenstatuut 2017-2018

 

Algemeen

 

1    Betekenis

 

Het leerlingenstatuut regelt de rechten en plichten van de leerlingen.

 

2    Begripsbepalingen

 

–     leerlingen: alle personen die op school staan ingeschreven als zijnde leerling;

–     ouders: vader, moeder of voogd, verzorger van de leerling;

–     docenten: personeelsleden met een onderwijstaak;

–     onderwijsondersteunend personeel: personeelsleden met een andere taak dan lesgeven;

–     schoolleiding: de centrale directie samen met de locatie- en sectordirecteuren

–     schoolbestuur: het bevoegd gezag, het College van Bestuur (CvB) van de Stichting Voortgezet Onderwijs
Parkstad Limburg (SVOPL);

–     leerlingenraad: een uit en door leerlingen gekozen groep, die de belangen van de leerlingen behartigt;

–     medezeggenschapsraad: het vertegenwoordigende orgaan van de hele school, zoals bedoeld in artikel 3 van

de Wet Medezeggenschap Onderwijs;

–     geleding: een groepering binnen de school;

–     mentor: begeleidt een groep leerlingen

–     schooldecaan: begeleidt de leerlingen bij de keuze van studie of beroep;

–     geschillencommissie: orgaan dat klachten aangaande vermeende onjuiste of onzorgvuldige toepassing van

het leerlingenstatuut in beoordeling kan nemen en hierover bindende uitspraken doet.

 

3       Procedure

 

Het leerlingenstatuut wordt met instemming van de medezeggenschapsraad vastgesteld door het CvB.

 

4    Geldigheidsduur

 

Het leerlingenstatuut wordt voor de periode van twee schooljaren vastgesteld door het CvB, daarna wordt

het opnieuw besproken in alle geledingen en weer – al dan niet gewijzigd of aangevuld – voor een periode van

twee schooljaren vastgesteld. Indien geen van de geledingen een bespreking nodig vindt, wordt het

leerlingenstatuut geacht opnieuw voor twee schooljaren te zijn vastgesteld.

 

5    Toepassing

 

Het leerlingenstatuut is van toepassing op:

 

–     de leerlingen   NB. Inclusief de leerlingen van 18 jaar en ouder

–     de docenten

–     het onderwijsondersteunend personeel

–     de schoolleiding

–     het  CvB

–     de ouders

De bindend verklaring geldt behoudens wettelijk vastgestelde bevoegdheden en reglementen.

 

6    Publicatie

 

Het leerlingenstatuut wordt op school gepubliceerd en ieder jaar bij de aanvang van het schooljaar aan eenieder

voor wie het leerlingenstatuut bindend is, op verzoek ter beschikking gesteld. De publicatie geschiedt tevens op de website van de school (www.holz.bcpl.nl).

 

Regels over het geven van onderwijs

 

7          Het geven van onderwijs door docenten

 

7.1       De leerlingen hebben recht op alle voor hen belangrijke informatie over het programma van de school, zowel m.b.t. de inhoud van de leerplannen als de keuzemogelijkheden, die de school aan de leerlingen biedt. Dit recht krijgt als volgt concreet gestalte:

a    de docent besteedt bij het begin van het nieuwe schooljaar voldoende tijd aan het bekendmaken en het
bespreken van  het les- en leerprogramma en de daarbij noodzakelijke leer- en hulpmiddelen

b    de docent geeft, als de leerling daarom vraagt, ook tijdens het schooljaar informatie over het voorbije en  nog komende programma

c    aan de leerling, die een sector of profiel moet kiezen wordt begeleiding bij deze keuze aangeboden via
persoonlijke gesprekken en algemene voorlichting door de decaan

d    het kiezen van adequate werkvormen

e    een redelijke verdeling van de lesstof

f     een duidelijke uitleg van de stof

g    het kiezen van geschikte leermaterialen

h    het opgegeven huiswerk sluit aan bij de behandelde stof

7.2       Als een docent naar het oordeel van een leerling of een groep leerlingen zijn taak niet op behoorlijke wijze vervult, dan kan deze leerling of groep leerlingen een klacht indienen bij de schoolleiding. Deze klacht wordt schriftelijk vastgelegd.

7.3       De schoolleiding geeft binnen tien schooldagen de leerling(en) een schriftelijke reactie op de klacht.

7.4       Is deze reactie naar het oordeel van de leerling(en) niet afdoende, dan kan beroep bij de

geschillencommissie worden aangetekend.

 

8          Het volgen van onderwijs door leerlingen

 

8.1       De leerlingen zijn verplicht zich in te spannen om een goed onderwijsproces mogelijk te maken. Daarom dienen zij tijdens alle voor hen bestemde contactmomenten een actieve betrokkenheid te tonen en op tijd in de aangewezen ruimte aanwezig te zijn.

8.2       Een leerling die een goede voortgang van de les verstoort of hindert, kan door de docent verplicht worden

de les te verlaten waarbij hij zich zo spoedig mogelijk meldt bij de daartoe aangewezen persoon of personen.

8.3       De leerlingen dienen het opgedragen huiswerk nauwgezet en zo volledig mogelijk uit te voeren. Indien

door oorzaken buiten zijn/haar schuld het huiswerk niet of niet volledig is gemaakt/geleerd, dient aan de

betreffende docent een door de ouders getekende verklaring overhandigd te worden. Indien de docent van de leerling de reden waarom de leerling het huiswerk niet heeft kunnen maken niet aanvaardbaar acht, wordt dit aan de desbetreffende coördinator/teamleider voorgelegd.

8.4       De leerling zorgt ervoor steeds de benodigde boeken en leermiddelen bij zich te hebben.

 

9          Onderwijstoetsing

 

9.1       Toetsing van de leerstof kan op de volgende wijzen geschieden:

  1. door diagnostische toetsen:

Een oefentoets is bedoeld om de docent en de leerling inzicht te geven in hoeverre de leerstof geleerd en begrepen is, dan wel toegepast kan worden. De oefentoets kan onaangekondigd worden gegeven. Het cijfer telt niet mee voor het rapport.

  1. door beoordelingstoetsen:
  2. schriftelijke overhoringen
  3. proefwerken
  4. huiswerk
  5. werkstukken
  6. mondelinge beurten en presentaties
  7. practica
  8. praktische opdrachten
  9. PTA’s
  10. profielwerkstuk of sectorwerkstuk

 

9.2       Van alle vormen van toetsing moet van tevoren duidelijk zijn hoe de beoordeling tot stand komt en hoe het cijfer geteld wordt bij het vaststellen van een rapport- of PTA-cijfer.
(PTA= programma van toetsing en afsluiting)

9.3       Een schriftelijke overhoring is een overhoring over een normale hoeveelheid huiswerk en kan zonder              vooraankondiging gehouden worden, mits de leerstof van tevoren opgegeven is.

9.4       Een proefwerk wordt met de bijbehorende leerstof tenminste vijf schooldagen van tevoren opgegeven.

9.5       Een leerling mag slechts twee proefwerken per schooldag krijgen met een maximum aantal proefwerken
van vier per week. Bij herkansing mag hiervan worden afgeweken. Deze maxima gelden niet voor                proefwerkweken.

9.6       De uitslag van een toetsing wordt in beginsel binnen twee weken (10 lesdagen) bekendgemaakt. Voor werkstukken geldt een termijn van maximaal één maand (20 lesdagen) .Proefwerken gehouden in de laatste proefwerkweek, kunnen opgehaald/ter inzage gevraagd worden bij de desbetreffende vakdocent, voordat deze de rapportcijfers heeft ingediend. Binnen vier lesdagen voor de proefwerkweek mag geen proefwerk meer gegeven worden, behalve voor het vak muziek.

9.7       Een proefwerk wordt nabesproken, tenzij dat niet zinvol gevonden wordt door docent en/of leerlingen.

9.8       Een proefwerk dat niet onder het PTA-regime valt, of overhoring die voortbouwt op een vorig proefwerk of overhoring kan slechts worden afgenomen als het vorige proefwerk of overhoring is teruggegeven en de cijfers bekend zijn.

9.9       Een leerling heeft het recht van inzage in een gemaakte toets.

9.10     De normen en de beoordelingswijze van een toetsing worden door de docent meegedeeld en zo nodig toegelicht.

9.11     Wie het niet eens is met de beoordeling van een toetsing, tekent eerst bezwaar aan bij de docent.

9.12     Is de reactie van de docent niet bevredigend, dan kan de beoordeling aan de coördinator/teamleider en ten laatste aan de geschillencommissie worden voorgelegd.

9.13     De leerling die met een voor de docent en/of schoolleiding aanvaardbare reden niet heeft deelgenomen aan  een toetsing kan in overleg nog voor een vervangende toets in aanmerking komen. Het initiatief voor dit overleg ligt bij de leerling. Voor leerjaren, die onder het PTA-regime vallen, gelden de in het PTA-reglement opgenomen regels t.a.v. het inhalen c.q. herkansen van een toets

9.14     Bij geconstateerde fraude volgt in overleg met de teamleider een passende sanctie.

9.15     Indien bij absentie van de betrokken docent een proefwerk geen doorgang kan vinden, wordt in de

eerstvolgende les, in overleg met de betrokken docent, een nieuwe datum vastgesteld. Het bepaalde in artikel 9.5 is in dit geval niet van toepassing.

9.16     Proefwerken die geen voorbereiding behoeven, vallen buiten de bepalingen van de artikelen  9.4 en  9.5.

9.17     De docent dient de leerling mede te delen welk cijfer hij heeft gegeven voor een mondelinge beurt, in

dezelfde les waarin de mondelinge beurt is afgenomen.

9.18     Voor de eerste dag na een vakantie mag geen huiswerk of proefwerk worden opgegeven. Dit heeft

betrekking op de herfst-, kerst-, carnavals-, mei-, en zomervakantie.

 

10        Werkstukken

 

Wanneer het maken van werkstukken van wat voor soort ook, onderdeel is van het onderwijsprogramma en meetelt in het rapportcijfer, dan dient van tevoren duidelijk te zijn aan welke normen een werkstuk moet voldoen en op welke criteria het beoordeeld zal worden.

 

  1. De leerlingen hebben recht op een aan hun interessesfeer aangepast aanbod aan culturele, sport- en ontspanningsactiviteiten, voor zover deze binnen de school organisatorisch mogelijk en financieel haalbaar zijn.

 

  1. Rapporten

 

12.1     Een rapport geeft de leerling en/of de ouders/verzorgers een overzicht van zijn prestaties voor alle vakken

over de periode vanaf het begin van het schooljaar tot de laatst vastgestelde deadline voorafgaande aan de             rapportage.

12.2     Rapportcijfers  worden (behalve op het overgangsrapport, waar de cijfers zonder decimaal vermeld staan) op één decimaal nauwkeurig worden gegeven.

12.3     Er moet voorkomen worden dat een rapportcijfer op grond van slechts één proefwerk wordt vastgesteld. Bij de totstandkoming van een rapportcijfer geldt de vuistregel, dat het aantal cijfers waarop een rapportcijfer gebaseerd is, minimaal gelijk moet zijn aan het aantal lesuren van het desbetreffende vak per week.

12.4     Een rapport van leerlingen uit de leerjaren 1, 2 en 3 wordt ondertekend door ouders en binnen een bepaalde termijn bij hun mentor ingeleverd.

 

13        Overgaan en zittenblijven

 

Van tevoren dient duidelijk te worden aangegeven aan welke normen een leerling moet voldoen om toegelaten te worden tot een hoger leerjaar.

 

14        Verwijdering op grond van leerprestatie

 

Een leerling wordt op grond van onvoldoende vorderingen niet in de loop van een schooljaar verwijderd. Na twee keer zittenblijven in eenzelfde leerjaar of in twee opeenvolgende leerjaren in hetzelfde schooltype
(waarbij doubleren in het examenjaar niet meetelt) heeft de schoolleiding binnen de kaders van wet- en regelgeving de bevoegdheid een leerling naar een ander schooltype te sturen.

 

15        Huiswerk

 

15.1     Een leerling heeft er recht op, dat het huiswerk tijdig en op een zodanige manier wordt opgegeven, dat de    leerling weet wat hij moet doen en hoe hij het moet doen

15.2     Een leerling dient het opgedragen huiswerk nauwgezet en zo volledig mogelijk uit te voeren.

15.3     De docenten die lesgeven aan een bepaalde klas, zorgen voor een redelijke totale belasting aan huiswerk.

Hierbij wordt ook rekening gehouden met het maken van werkstukken.

15.4     De leerling die niet in de gelegenheid is geweest het huiswerk te maken, meldt dit bij de aanvang van de les aan de docent.

 

  1. Leven op school

Algemeen

 

16.1     Een leerling heeft recht op persoonlijke hulp bij problemen i.v.m. het schoolgebeuren. Hij kan dan de hulp inroepen van:

–  leerlingenraad

–  docenten

–  onderwijsondersteunend personeel

–  mentor

–  decaan

–  coördinator/teamleider

–  vertrouwenspersoon

–  schoolleiding

 

Nadrukkelijk zij vermeld dat bij problemen van persoonlijke aard de deur van de vertrouwenspersonen altijd

openstaat. In geval van ongewenste seksuele intimiteiten kan de leerling zich ook wenden tot de

vertrouwensinspecteur, van wie het adres in de schoolgids staat vermeld.

 

16.2     De school ziet het als een belangrijke taak om – door het creëren van een veilige leer- en leefomgeving – ervoor te zorgen dat elke leerling zich conform zijn aanleg en zonder aantasting van zijn lichamelijke of geestelijke integriteit optimaal kan ontplooien. Het pesten van medeleerlingen en het plegen van geweld zal dan ook absoluut niet worden getolereerd.

16.3     De leerling heeft recht op informatie omtrent zaken die rechtstreeks met zijn verblijf op school te maken

hebben. Hij ontvangt deze informatie o.m. via:

–  mededelingenborden

–  mededelingenblad

–  website en E-mail

–  schoolblad

–  intercom

–  circulaires

16.4     De leerlingen dienen aanwijzingen van het onderwijzend of onderwijsondersteunend personeel op te

volgen. Indien zij dat niet doen, kan een redelijke straf opgelegd worden (zie artikel 22.1)

16.5     Fietsen worden geplaatst in de rijwielstalling.

16.6     Leerlingen voor wie de schooldag later begint dan met het eerste lesuur of die in een tussenuur buiten waren, moeten in de aangewezen ruimtes wachten op het belsignaal voordat ze naar het klaslokaal gaan.

16.7     Leerlingen die te laat zijn, komen binnen door de leerlingeningang en gaan direct naar de les. De docent registreert “te laat” in SOM-today. Dit “te laat” is altijd zonder reden.

16.8     De leerling is vijf minuten voor het begin van de lessen aanwezig. Samenscholingen die het verkeer in en

rond het gebouw belemmeren, zijn verboden.

16.9     Indien een leerling een leraar buiten de les wil spreken, kan hij  terecht bij de personeelskamer

gedurende de eerste pauze en na schooltijd, echter niet in de tweede pauze.

16.10 Tijdens de pauzes en in tussenuren mogen leerlingen van de onderbouw het schoolterrein niet verlaten.

16.11 Het is verboden in het schoolgebouw en op het schoolterrein te roken.

16.12 Na afloop van een schooldag mogen geen boeken, kledingstukken e.d. in de lokalen of gangen worden

achtergelaten.

16.13 Mobiele communicatiemiddelen mogen in de pauzes en tussenuren gebruikt worden. In de les mogen deze middelen alleen gebruikt worden met toestemming van de docent. Indien een leerling zich niet aan de regels houdt, dient de leerling het communicatiemiddel in te leveren bij de docent/teamleider. Aan het einde van de schooldag krijgt de leerling deze van de teamleider terug. Voor het maken van beeld- en geluidsopnames is altijd toestemming van de schoolleiding nodig.

16.14 De veiligheid van alle geledingen van de school is gediend met de mogelijkheid brand of andere calamiteiten te melden. Misbruik van het gebruik van brandmelders wordt gestraft.

16.15 De veiligheid van alle geledingen van de school is gediend met een geregelde ontruimingsoefening. Van

alle geledingen van de school wordt verwacht dat zij constructief meewerken aan alarm- en ontruimingsoefeningen.

16.16 Het is verboden wapens te bezitten. Ook voorwerpen die klaarblijkelijk als wapen gebruikt (kunnen)

worden, zijn op school niet toegestaan. Wie dit verbod overtreedt, wordt gestraft met een officiële waarschuwing, waarna een schorsing of verwijdering van school kan volgen. Ook zal de politie ingeschakeld worden bij overtredingen.

16.17 De school kan het gedrag van, en/of het dragen van bepaalde kleding, schoeisel, hoofddeksels, sieraden of

onderscheidingstekens, door leerlingen verbieden. De schoolleiding is hiertoe bevoegd wanneer gedragingen of het dragen van één of meer van deze attributen als discriminerend of bedreigend wordt ervaren door anderen dan wel een bedreigende uitwerking hebben omdat ze worden gebruikt om bepaalde agressieve (groeps)opvattingen uit te dragen.

16.18 Wie zich in de gangen of lokalen wanordelijk gedraagt (bv. stoeit, schreeuwt of rent), storend optreedt (bv. geluidshinder veroorzaakt), het milieu vervuilt (bv. zaken op de vloer gooit), kan door elk personeelslid, dat haar of hem betrapt, bestraft worden (zie artikel 22.1). Wie zich schuldig maakt aan vernieling, beschadiging  van het gebouw, het meubilair of eigendom van anderen (tafels, stoelen, banken, borden, bromfietsen, fietsen, tassen, e.d.) valt onder het bepaalde in artikel 16, lid 17 en betaalt bovendien de reparatie en/of de vervanging van het vernielde of beschadigde.

16.19 Bij het wisselen van de lessen mag geen gebruik gemaakt worden van de toiletten, tenzij de leraar van het

volgende lesuur toestemming verleent.

16.20 Het gebruik van de lift is alleen toegestaan na toestemming van de coördinator/teamleider.

16.21 Alle leerlingen zullen meewerken het schoolterrein en de naaste omgeving netjes te houden en ervoor te

zorgen, dat er niets vernield wordt. Afval en papier moet men in de papierbakken deponeren.

16.22 De leerlingen hangen hun jassen in de garderobe of bergen die op in hun kluisje.

Het verdient aanbeveling jassen e.a. kledingstukken van de naam van de betreffende leerling te voorzien. Indien men iets kwijtraakt, kan men bij de conciërge informeren of het bewuste artikel gevonden is. Iedere leerling kan een garderobekastje huren tegen betaling van huur en een borgsom voor de sleutel.

16.23  De schoolleiding heeft het recht om de inhoud van de kluisjes te controleren

16.24 Gedurende de pauzes mogen alle leerlingen verblijven in de voor hun afdeling bestemde kantine waar

consumpties verkrijgbaar zijn. Men dient zich daar ordelijk te gedragen. Kopjes moeten op het buffet worden teruggezet, bekertjes en blikjes in de prullenbakken worden gedeponeerd. Boterhammen mogen alleen in de kantine of  buiten gegeten worden. Afval hoort in de vuilnisbakken thuis.

16.25  Het is niet toegestaan om opnames c.q. afbeeldingen van personen te maken zonder diens uitdrukkelijke toestemming.

 

17        Schorsing en verwijdering

 

17.1     Een leerling kan pas geschorst worden nadat hij eerder een officiële waarschuwing gekregen heeft, waarvan de ouders mondeling en schriftelijk in kennis gesteld worden.

17.2     Van school verwijderd wordt de leerling die, na een schorsing, zich bij herhaling wanordelijk gedraagt, bezittingen van anderen wegneemt of beschadigt (fietsen, bromfietsen), vernielingen of beschadigingen aanricht aan het schoolgebouw of het meubilair, zich niet houdt aan de algemene gedragsregels, drugs gebruikt of doorgeeft, een gevaar vormt voor, dan wel een aantoonbaar nadelige invloed heeft op andere leerlingen.

17.3     De bovenbedoelde officiële schriftelijke waarschuwing wordt gegeven door een coördinator/teamleider na overleg met de sectordirecteur.

17.4     De coördinator/teamleider  beslist na overleg met de sectordirecteur over schorsing voor één dag.

17.5     De sectordirecteur kan met opgave van redenen en na ruggenspraak met de algemene directie een leerling voor een periode van ten hoogste één week schorsen. Bij een schorsing langer dan één dag dient de inspectie door het bevoegd gezag of namens het bevoegd gezag onverwijld over de schorsing geïnformeerd te worden met opgave van redenen.

17.6     Het besluit tot schorsing wordt schriftelijk aan de betrokkene en ook aan de ouders van de betrokkene meegedeeld.

17.7     Verwijdering van school kan slechts geschieden door het bevoegd gezag op voordracht van de centrale directie. Bij een zeer ernstige inbreuk op de algemene gedragsregels kan tot onmiddellijke verwijdering besloten worden.

17.8     Het bevoegd gezag kan besluiten tot definitieve verwijdering van een leerling nadat deze en, indien de

leerling nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, ook diens ouders  in de gelegenheid zijn gesteld hierover te worden gehoord.

17.9     Het besluit tot definitieve verwijdering van een leerling wordt schriftelijk en met opgave van redenen aan

de leerling en ook aan diens ouders medegedeeld, waarbij tevens gewezen wordt op de inhoud van artikel 17.10.

17.10 Binnen dertig dagen na dagtekening van het besluit tot definitieve verwijdering kan de leerling en, indien

deze nog niet de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt, kunnen diens ouders het bevoegd gezag schriftelijk om herziening van het besluit verzoeken.

 

17.11 Het bevoegd gezag neemt binnen zes weken de beslissing op het verzoek tot herziening, echter pas nadat de leerling of indien deze nog niet de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt, ook diens ouders de gelegenheid hebben gehad om adviezen of rapporten die op de beslissing op het verzoek tot herziening  betrekking hebben, in te zien.

17.12 Definitieve verwijdering van een leerplichtige leerling geschiedt slechts na overleg met de inspectie.

Hangende dit overleg kan de leerling worden geschorst. Het overleg strekt er mede toe, na te gaan op welke andere wijze de betrokken leerling onderwijs zal kunnen volgen. In genoemd overleg wordt ook de leerplichtambtenaar betrokken.

 

18        Meerderjarige leerlingen

18.1     Voor meerderjarige leerlingen gelden dezelfde regels als voor minderjarige leerlingen. Indien zij, met

medeweten van de ouders, een akkoordverklaring bij hun sectordirecteur tekenen, geldt voor hen dat zij de rechten en plichten van hun ouders ten aanzien van de school overnemen.

 

19        Vrijheid van meningsuiting

19.1     Een ieder heeft de vrijheid zijn mening op school te uiten binnen de grenzen die de identiteit en de doelstelling van de school daaraan stellen. De leerlingen dienen elkaars mening  en die van anderen te respecteren. Uitingen die discriminerend of beledigend zijn worden niet toegestaan..

19.2     Iedereen die zich beledigd voelt, kan handelen volgens de elders besproken procedure.

 

20        Vrijheid van uiterlijk

20.1     Iedereen heeft recht op vrijheid van uiterlijk. Dat recht geldt niet als gebruik van die vrijheid indruist tegen algemeen geaccepteerde gedragsregels die o.a. het geven van goed onderwijs dienen te waarborgen, c.q. als het gevoel van veiligheid van andere leden van de schoolgemeenschap in het geding is.

20.2     De school kan alleen bepaalde kleding verplicht stellen in de volgende gevallen:

  1. als het gaat om de lessen lichamelijke opvoeding
  2. als deze aan bepaalde veiligheidseisen moet voldoen.

 

21        Aanwezigheid

21.1     Leerlingen zijn verplicht de lessen te volgen volgens het voor hun geldende lesrooster. Dit geldt ook voor de  overige door de school georganiseerde en voor de leerlingen verplichte activiteiten

21.2     Leerlingen kunnen bij de schoolleiding wijzigingen in het rooster voorstellen.

21.3     Wie één of meer lessen moet verzuimen, wendt zich met een schriftelijk verzoek, ondertekend door één van de ouders, tot de betrokken coördinator/teamleider. Wie zonder voorafgaande toestemming afwezig is geweest, dient een, door één van de ouders ondertekende, schriftelijke kennisgeving van de reden van absentie in te leveren bij de daartoe aangewezen persoon of personen. Wie dat niet doet, kan de toegang tot de lessen ontzegd worden.

21.4     De leerling is elke dag op school beschikbaar voor activiteiten die tussen 8.00 en17.00 uur plaatsvinden. Voor bijzondere activiteiten geldt deze beschikbaarheid ook buiten de genoemde tijden.

Ontheffing van deze verplichting kan op verzoek van de ouders van een minderjarige leerling verleend worden door de teamleider.

 

22        Straffen

22.1     Bij het opleggen van de straf dient een redelijke verhouding te bestaan tussen de soort straf, de strafmaat en de ernst c.q. aard van de overtreding. Het moet duidelijk zijn voor welke overtreding de straf wordt gegeven. Bij de praktische uitvoering dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheden van de leerling. De volgende straffen kunnen worden opgelegd:

  • Een berisping
  • Het maken van schriftelijk strafwerk
  • Nablijven
  • Gemiste lessen inhalen
  • Opruimen van gemaakte rommel
  • Corvee-werkzaamheden
  • Het ontzeggen van de toegang tot een of meer lessen
  • Een schriftelijke officiële waarschuwing
  • Een schorsing voor een dag oplopend tot ten hoogste een week met schriftelijke opgave van de redenen aan de ouders van de betrokken leerling
  • Definitieve verwijdering. Voor schorsing en verwijdering gelden wettelijke voorschriften

 

22.2     Strafwerk, dat door een personeelslid is gegeven, behoren op tijd te worden ingeleverd, ook zonder dat

erom gevraagd wordt. Wie zijn straf niet op de afgesproken tijd klaar heeft, kan de toegang tot de lessen    geweigerd worden, totdat de straf naar genoegen van het personeelslid gemaakt is.

 

Handhaving van het leerlingenstatuut

 

23        Klacht

 

Bij vermeende onjuiste of onzorgvuldige toepassing van het leerlingenstatuut kan iedereen bezwaar

aantekenen bij degene die zodanig heeft gehandeld, met het verzoek de handelwijze in overeenstemming te brengen met het leerlingenstatuut.

 

24        Bemiddeling coördinator/teamleider

 

24.1     Indien een leerling het niet eens is met de klacht van een docent aangaande gedrag of houding van de

betreffende leerling, kunnen docent en/of leerling dit meningsverschil voorleggen aan de betrokken              coördinator/teamleider. De coördinator neemt dan – indien nodig – passende maatregelen.

 

25        Beroep bij de geschillencommissie

 

25.1     De geschillencommissie kan elke klacht betreffende vermeende onjuiste of onzorgvuldige toepassing van

het leerlingenstatuut in behandeling nemen.

25.2     De geschillencommissie is samengesteld uit drie docenten en 3 leden van de geleding ouders/leerlingen. Zij worden door vertegenwoordigende lichamen van eigen geleding benoemd. De benoeming hiervan geldt voor de duur van  een schooljaar. Op dezelfde wijze wordt voor ieder lid van de vaste geschillencommissie een plaatsvervanger benoemd. Bij stemming geldt: beslissen bij eenvoudige meerderheid.

25.3     Op verzoek van één der partijen of op eigen verzoek kan een lid van de geschillencommissie zich bij een

zaak verschonen.

25.4     De geschillencommissie benoemt uit haar midden een voorzitter. Het bevoegd gezag stelt de

geschillencommissie een ambtelijk secretaris ter beschikking.

25.5     Een klacht wordt schriftelijk ingediend bij de ambtelijk secretaris van de geschillencommissie. Een

anonieme klacht wordt door de geschillencommissie niet in behandeling genomen.

25.6     Een klacht kan individueel of collectief worden ingediend.

25.7     De geschillencommissie stelt de klager in de gelegenheid de klacht mondeling toe te lichten en stelt degene, tegen wie de klacht is ingediend, in de gelegenheid verweer te voeren.

25.8     Degene die een klacht heeft ingediend en degene tegen wie een klacht is ingediend, kunnen zich bij de

behandeling van de klacht door de geschillencommissie laten bijstaan door een ander.

25.9     Door betrokkenen kunnen getuigen worden opgeroepen.

25.10 De zitting van de geschillencommissie is openbaar, tenzij één der betrokkenen verzoekt de zitting besloten te verklaren.

25.11 De uitspraken van de geschillencommissie zijn openbaar.

25.12 De afhandeling van een klacht door de geschillencommissie geschiedt binnen tien schooldagen na

indiening van de klacht.

25.13 De geschillencommissie kan een klacht gegrond, ongegrond of gedeeltelijk gegrond verklaren.

25.14 De uitspraak van de geschillencommissie is voor de betrokken partijen bindend.

25.15 De schoolleiding draagt zorg voor de uitvoering van de uitspraak van de geschillencommissie. Indien de

klacht de schoolleiding betreft, draagt het schoolbestuur zorg voor de uitvoering van de uitspraak van de

geschillencommissie.

 

26        Reglement seksisme, racisme, agressie en intimidatie

 

26.1     De school is een samenwerkingsverband waarin mannen en vrouwen, meisjes en jongens, blank en kleurling, sterk en zwak, gelijkwaardig moeten kunnen functioneren.

 

26.2     Van alle geledingen binnen de school – schoolleiding, docenten, onderwijsondersteunend personeel en leerlingen wordt verwacht dat zij zich houden aan de gedragscodes van de school, gericht op het garanderen van gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, jongens en meisjes, blank en kleurling, sterk en zwak.

 

26.3     Seksisme, seksuele intimidatie, (ongewenste) intimiteiten, racistische uitlatingen, agressief gedrag en (verbale, lichamelijke en geestelijke) intimidatie binnen de school en tijdens schoolactiviteiten worden niet getolereerd, evenals (ongewenste) intimiteiten na schooltijd tussen personeel en leerlingen.

 

26.4     Het streven naar gelijkwaardigheid binnen de school en tijdens schoolactiviteiten houdt in dat de volgende gedragingen als niet-acceptabel beschouwd worden:

–     seksueel getinte of vernederende toespelingen en insinuaties of vragen naar uiterlijk gedrag;

–     handtastelijkheden die als vernederend (kunnen) worden ervaren;

–     verbale (seksuele) intimidatie;

–     lichamelijke (seksuele) intimidatie;

–     geestelijke (seksuele) intimidatie;

–     racistische uitlatingen;

–     agressief gedrag;

–     (ongewenste) intimiteiten.

26.5.1    De school distantieert zich van beeldend en schriftelijk materiaal waar­in mensen worden voorgesteld als minderwaardig of als lustobject.

26.5.2    Affiches, (video)films, boeken en tijdschriften, foto’s, mms-afbeeldingen etc  met een dergelijke inhoud mogen niet worden meegebracht en/of verspreid.

 

26.6     In verband met klachten m.b.t. seksisme, seksuele intimidatie, ongewenste intimiteiten, racistische uitlatingen,
agressief gedrag en (verbale, lichamelijke en geestelijke) intimidatie heeft de school een klachtenregeling
opgesteld. Elke direct betrokkene die zich slachtoffer voelt van dergelijke ernstige zaken, kan een
onderbouwde en gemotiveerde klacht (mondeling of schriftelijk) indienen via de vertrouwenspersonen van de school dan wel via een vertrouwenspersoon van SVOPL. Deze laatste heeft geen binding met de school en is geheel onafhankelijk. Voor de verdere procedure verwijzen wij naar de klachtenregeling.

 

  1. Genotmiddelen

 

Roken

  1. Wij zijn een rookvrije school. Zowel in het gebouw als op het terrein wordt niet gerookt.

 

  1. Tijdens (leerling)activiteiten die buiten de lesuren worden gehouden, geldt de volgende regel: er mag, op een daarvoor aangewezen plaats, alleen gerookt worden als dat van tevoren is afgesproken. Daarbij geldt als regel dat men ophoudt met roken zodra anderen daarvan hinder ondervinden.

 

  1. In gevallen die niet in de voorgaande regels worden genoemd, beslist de schoolleiding.

 

Wanneer iemand de regels over roken overtreedt, wordt hij hierop aangesproken. Bij herhaling volgt een gesprek en wordt de leerling bestraft door nablijven na schooltijd en het maken van een extra opdracht. Bovendien worden de ouders op de hoogte gesteld.

 

             Alcohol

  1. Op school is het tijdens lesdagen en op tijden waarop werk ten behoeve van het onderwijs wordt verricht, niet toegestaan onder invloed van alcohol te zijn.

 

  1. Volgens de wet is het verboden alcohol te verkopen aan personen onder de 16 jaar. Op schoolfeesten, werkweken en andere bijeenkomsten c.q. activiteiten van de leerlingen van de school wordt per situatie bepaald of alcoholhoudende dranken geschonken worden.

 

  1. Het is verboden om op school, schoolfeesten, werkweken en andere onder de verantwoordelijkheid van de school georganiseerde bijeenkomsten alcoholhoudende drank bij zich te hebben. De school is gerechtigd een leerling de toegang tot een activiteit te ontzeggen als het vermoeden bestaat dat de leerling onder invloed van alcohol is.

 

Wanneer iemand de alcoholregels overtreedt, volgt een gesprek. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en bij herhaling volgt schorsing. Wanneer de overtreding tijdens een buitenschoolse activiteit plaatsvindt, volgt bovendien uitsluiting van de activiteit of van de eerstvolgende activiteit(en).

 

             Cannabis

Met cannabis wordt bedoeld: marihuana, weed, hasj, en alle andere producten waarin cannabis verwerkt is.

 

  1. Het is volgens de wet verboden cannabisproducten in bezit te hebben, te verhandelen of te gebruiken. Op school is het bezit van cannabisproducten verboden.

 

  1. Op school mag men niet onder invloed zijn van cannabis.

 

  1. Op schoolfeesten, werkweken, schoolreizen en andere (feestelijke) bijeenkomsten verkeert men niet onder invloed van cannabis. De school is gerechtigd een leerling de toegang tot een activiteit te ontzeggen als het vermoeden bestaat dat de leerling onder invloed van cannabisproducten is.

 

Wanneer iemand de regels over cannabis overtreedt, volgt een gesprek. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en bij herhaling volgt schorsing. Wanneer de overtreding tijdens een buitenschoolse activiteit plaatsvindt, volgt uitsluiting van die activiteit of van de eerstvolgende activiteit(en). Wanneer er sprake is van handel (dealen) in cannabisproducten, schakelt de directie de politie in en volgt verwijdering van school.

 

Overige drugs (waaronder XTC)

  1. Het in bezit hebben, verhandelen of gebruik van hier niet met name genoemde wettelijk verboden stoffen en/of andere hallucinerende stoffen is op school niet toegestaan.

 

  1. Op school mag men niet onder invloed zijn van drugs.

 

Wanneer iemand de regels over overige drugs overtreedt, volgt een gesprek en een schorsing van maximaal een week. Wanneer de overtreding tijdens een buitenschoolse activiteit plaatsvindt, volgt bovendien uitsluiting van die activiteit of van de eerstvolgende activiteit(en). Bij het gebruik van en handelen in illegale drugs, schakelt de schoolleiding de politie in en volgt verwijdering van school.

 

             Gokken

Gokken om geld of goederen in welke vorm dan ook (kaartspelen, dobbelen, enz.), is verboden in de school en op de schoolterreinen. Gokken op bijeenkomsten, die onder verantwoordelijkheid van de school worden georganiseerd, is verboden. De schoolleiding kan een uitzondering maken voor het organiseren van kansspelen waarvan de opbrengst ten goede komt aan een goed doel.

Wanneer iemand de regels over gokken overtreedt, volgt een gesprek. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en bij herhaling volgt schorsing. Wanneer de overtreding tijdens een buitenschoolse activiteit plaatsvindt, volgt bovendien uitsluiting van die activiteit of de eerstvolgende activiteiten(en).

 

Uitzonderingen

In bepaalde gevallen kan de schoolleiding besluiten van de hierboven genoemde afspraken af te wijken of afspraken aan te vullen.

 

Als leerlingen vragen hebben over deze regels, kunnen zij daarvoor terecht bij hun mentor.

 

28        Slotbepalingen

 

28.1     De leerling heeft recht op voor hem belangrijke informatie over de levensbeschouwelijke grondslag van de school en kan deze krijgen bij de schoolleiding.

28.2     De leerling heeft recht op voor hem belangrijke informatie over de inhoud van het leerprogramma en de

uitvoering hiervan. Hij kan deze informatie krijgen bij de betrokken leraren. (zie ook art.7.1)

28.3     De leerling, over wie door derden informatie ten behoeve van aanmelding of sollicitatie is gevraagd,

wordt hiervan tijdig op de hoogte gebracht.

28.4     In alle gevallen, die van toepassing zijn op de specifieke rechten van leerlingen waarin dit statuut niet

voorziet, beslist de algemeen directeur, zo enigszins mogelijk na overleg met de Leerlingenraad en de              Medezeggenschapsraad.

 

29        Inwerkingtreding; Citeertitel

 

29.1     Dit statuut treedt in werking op 01 augustus 2017 .

29.2    Dit statuut kan worden aangehaald als ‘Leerlingenstatuut Beroepscollege Parkstad Limburg locatie Holz’.

Direct naar